Zó bak je brood

1 Zó bak je brood

1. Mengen Doe de bloem in een grote kom en meng eerst het zout en dan de gedroogde gist erdoor. Maak een kuiltje in de bloem en giet een gedeelte van het water erin. Roer met een houten lepel vanuit het midden tot het deeg elastisch aanvoelt. Voeg eventueel de rest van het vocht toe.

2 Zó bak je brood

2. Kneden Bestrooi het werkblad met bloem en leg het deeg erop. Zet de muis van je hand op het deeg en druk het van je af. Vouw het deeg dubbel en kneed het in de andere richting. Zo rek je de gluten in de bloem op. Dit zorgt samen met het koolzuur uit de gist voor een luchtig brood.

3 Zó bak je brood

3. Eerste rijzing Bestuif de mengkom licht met bloem, leg het deeg erin en dek af met vershoudfolie of een vochtige doek. Laat het deeg op een warme plaats circa 1 uur rijzen of tot het volume is verdubbeld.

4 Zó bak je brood

4. Vormen Kneed het deeg nogmaals door. Vorm een rol van het deeg, vouw de deeguiteinden terug en leg de deegnaad onder in de vorm. Leg plaat- of vloerbrood los op de bakplaat. Dek het deeg af.

5 Zó bak je brood

6. Bakken Knip of snijd het deeg eventueel in. Besprenkel met water voor een glanzende korst en bak midden in de oven op 220°C. Het brood is gaar als het goudbruin is en hol klinkt als je er tegenaan tikt. Haal het brood uit de vorm of van de plaat en laat het 30 minuten afkoelen op een rooster.

6 Zó bak je brood

Tip: Gebruik je verse gist, los deze dan eerst op in een beetje lauwwarm water en giet de gist in een kuiltje in de bloem. Zorg dat het zout goed is vermengd met de bloem. Direct contact met zout vermindert de werking van gist.