Groeten uit Oostelbeers

Groeten uit Oostelbeers

Petra Jansen-Hergarden (49) woont met haar man Frans (50), zoon Raymond (16) en een vrolijke beestenboel in het buitengebied van het Noord-Brabantse Oostelbeers. Als Frans naar zijn werk is en Raymond naar school leeft Petra zich graag uit in haar atelier, waar ze sieraden maakt van zelfgemaakte glaskralen.

Ben je een geboren en getogen Brabantse?

Petra: “Nee, dat niet, ik ben geboren en opgegroeid in Kampen. Toen ik 24 was, ben ik in Eindhoven gaan wonen, dus ik ben inmiddels aardig ingeburgerd in Brabant. Sinds 2001 woon ik heel landelijk in Oostelbeers, gelegen tussen Tilburg en Eindhoven. Het is hier prachtig wonen, het bevalt super. We zitten nog geen vijfhonderd meter van de bossen af. Ik kwam hier terecht toen ik Frans leerde kennen. Hij woont hier al zijn hele leven en is zelfs in ons huis geboren! Ik nam twee zoontjes mee uit een eerder huwelijk. Frans heeft het huis voor ons helemaal verbouwd. Het was wel even wennen voor hem, een gezin met twee kinderen nadat hij jarenlang alleen had gewoond. Maar het gaat hem heel goed af en hij heeft nu echt een vaderzoonrelatie met mijn kinderen. Maurice, mijn oudste zoon van 23 is het huis uit en woont in Drunen. De jongste, Raymond, woont nog thuis. Hij heeft kort geleden zijn brommerrijbewijs gehaald en kan nu op zijn scooter naar school, wat wel handig is, omdat het toch een eind is naar Tilburg.”

Hoe ziet het dagelijks leven van de familie Jansen eruit?

“We staan elke dag om half vijf op… dat móet wel omdat we alle drie kranten rondbrengen. Sommige mensen snappen niet dat wij dat volhouden, maar voor ons is het normaal geworden; de krantenwijk hoort erbij. Als we daarmee klaar zijn, gaat Frans naar het metaalbedrijf waar hij werkt. Tussen de middag komt hij thuis om met mij een boterham te eten en ‘s middags werkt hij op een grote kippenboerderij. Ooit hield Frans zelf kippen, maar dat loonde niet meer. We hebben de kippenschuur verbouwd, dat is nu mijn atelier.”

Wat doe je precies in je atelier?

“Ik maak kralen van glas. Van staafjes glas smelt ik kralen in allerlei kleuren en met versieringen erin, zoals bloemetjes. Van deze kralen maak ik sieraden. En ik geef workshops zodat anderen het ook kunnen leren. Ik krijg steeds meer naamsbekendheid en krijg ook specifieke opdrachten voor het maken van een armband of een ketting. Mensen vinden het vaak leuk om hiervoor kralen uit te kiezen die ik zelf heb gemaakt. Dat vleit me natuurlijk wel! Momenteel volg ik een cursus glasfusen, waarbij je glas smelt voor voorwerpen, zoals hangers en schalen. Ook heel leuk!”

Jullie hebben ook nog een aantal dieren?

“Inderdaad. We hebben één grote waakhond en drie kleinere hondjes, een Fries paard waar ik op rijd, een koppeltje tortelduifjes, een kanarie, een zebravinkje, twee poezen, twee cavia’s en wat vissen. Hun verzorging maakt deel uit van mijn vaste ochtendroutine. Ik ben altijd een dierenliefhebber geweest en wij hebben de ruimte ervoor. Frans en Raymond zijn er ook gek op. Frans laat de honden meestal ’s avonds uit. Het paard is wel echt iets van mij. Toen ik Frans leerde kennen wilde ik heel graag leren paardrijden. Ik heb toen twee jaar les gehad op een manege. Frans zei: ‘Hier komt geen paard! Maar na twee jaar was het toch zover! Dat eerste paard was een beetje te schrikachtig met het verkeer, dus die heb ik weer verkocht. Nu heb ik Boukje, een Friese merrie, die heel braaf is en waarmee ik de bossen in trek. Natuurlijk kan zij ook wel eens schrikken, bijvoorbeeld als er ineens een tank voor onze neus staat – het is namelijk militair oefenterrein – maar dat hoort erbij.”

Welke rol speelt de warme maaltijd in jullie drukke gezin?

“De warme maaltijd is dé gelegenheid om samen te zijn en bij te kletsen. Meestal eten we tussen zes en haçlf zeven. Het komt wel af en toe voor dat Frans moet overwerken; dan warm ik de maaltijd later voor hem op. Ik ben degene die kookt, Frans en Raymond hebben niets met koken. Raymond helpt wel mee als we pannenkoeken bakken, want die vindt hij erg lekker. Verder zijn we alle drie dol op Hollandse pot, dus we eten vaak stamppotten en ovenschotels. Groenten zoals sperziebonen, bloemkool en broccoli zet ik ook geregeld op tafel. En Frans houdt erg van nasi. Het enige wat de heren niet lusten, is spruitjes, terwijl ik die juist erg lekker vind… dus ik maak ze wel eens en zet dan voor hen een alternatief op tafel.”

Is er nog tijd over om samen op pad te gaan?

“Dat komt er niet zo vaak van, maar zo af en toe gaan we een weekendje weg naar een stad, zoals Amsterdam, en dan pakken we daar een hotelletje. Mijn ouders zorgen in die gevallen voor de dieren, dat doen ze graag. Het punt is wel dat we voor onze krantenwijken zelf vervanging moeten zoeken, als we al op vrijdag weg willen. Dus áls we iets plannen, gaan we van zaterdag op zondag. Naar het buitenland gaan we nooit, daar hebben we ook geen behoefte aan. Er valt al zo veel te genieten in onze eigen omgeving! De natuur bij ons is geweldig: bijvoorbeeld Landgoed de Baest en de Oostelbeerse Heide, ook wel de Staat genoemd. Je kunt er eindeloos wandelen, fietsen of paardrijden zonder dat je iemand tegenkomt. Wat trouwens uniek is in Oostelbeers is dat we twee vrijstaande kerktorens hebben. En ook de moeite waard is het Oude Kerkje in Middelbeers, waar veel tentoonstellingen en evenementen worden gehouden.”

 

Klik hier om deze editie te bekijken op ISSUU.com